Leg de eerste baan isolatie aan de rand van de kopgevel van het gebouw. Laat de eerste baan ca. 10 cm over de rand hangen. De afwerking van deze rand bij de kopgevel vindt in een later stadium plaats (zie figuur 5). Bij kleinere gebouwen kan de glaswolspandeken vaak in één keer van goot tot goot gespannen worden. Indien deze overspanning groter is dan de maximale rollengte (zie de tabel in de prijslijst) wordt de isolatie van de goot tot op de nokgording van het tegenoverliggende dakvlak gelegd.
Figuur 1
Montage-procedure:
- Bevestig de spandeken op het gootprofiel of op de eerste gording met behulp van dubbelzijdige tape of een montagestrip (zie figuur2).
- Rol de isolatie baan uit tot aan de nok. Span de baan op en bevestig vervolgens de spandeken op de gording met behulp van dubbelzijdige tape (zie figuur 3).
- De volgende baan wordt op dezelfde wijze uitgerold, opgespannen en vastgezet.
- Vouw de voorgevouwen nietflens open en niet de folie van de banen aan elkaar. Zie figuur 4 voor het nieten van de spandekens.
Figuur 2
Bevestiging ter plaatse van goot en nok:
A - Zorg bij de goot voor een overlap van ca. 15 cm.
B - Verwijder het isolatiemateriaal van deze overlap.
C - Sla de folie terug op de isolatiedeken. Hierdoor wordt het isolatie-materiaal tegen vocht beschermd.
Figuur 3
A - Span de glaswoldeken op en zet deze met behulp van dubbelzijdige tape op de nokgording vast.
B - Snijd de baan tot op de gording af en verwijder het isolatiemateriaal boven de nokgording.
C - Zet de aansluitende baan met behulp van de dubbelzijdige tape vast en rol deze uit naar de goot. De baan wordt vervolgens bij de goot opgespannen en vastgezet.
Indien men liever geen dwarsoverlap maakt kan men, bij grotere isolatie-diktes, eventueel volgens onderstaande methode te werk gaan. In plaats van bijvoorbeeld een glaswolspandeken van 100 mm, dik bestelt men deze in een dikte van 50 mm tesamen met een ''kale'' -glaswoldeken van 50 mm dik. Allereerst wordt de glaswolspandeken gemonteerd. vervolgens wordt de ''kale'' -glaswoldeken hierover uitgerold. Door het opsplitsen van de dikte kan van aanzienlijk grotere rollengtes gebruik worden gemaakt. Het eindresultaat is hetzelfde en ook prijstechnisch is er geen verschil.
Figuur 4
Nieten van de glaswolspandekens:
A - Leg de isolatiebanen strak tegen elkaar aan; voorkom spanningen in de dwarsrichting.
B - De naar boven gevouwen tabs worden om de 20 cm vast geniet. De nietjes dienen op ca. 1 cm van de vouwrand te worden aangebracht.
C - Vouw de nietflens nog een keer om en breng om de 20 cm, midden tussen de bestaande niethechtingen , nogmaals een nietje aan. Hierdoor ontstaat om de 10 cm een niethechting.
Figuur 5
Bevestiging ter plaatse van de kopgevel:
Terwille van een goede afwerking is het raadzaam ter plaatse van de aansluiting met de kopgevel een gezette hoeklijn aan te brengen over de uiteinden van de gordingen. Zet de glaswolspandeken met behulp van dubbelzijdige tape vast en snijd het overtollige isolatiemateriaal weg.
Figuur 6
Specifieke toepassingen:
Ook bij ''kil'' -goten en verdekte goten is isoleren noodzakelijk. De juiste isolatie-methode moet van geval tot geval worden bekeken. Figuur 6 toont één van de mogelijkheden.
Figuur 7
Koudebruggen ter plaatse van de gording kunnen goed worden vermeden door plaatsing van een zgn. isoblok. Plaats de isoblok tussen de isolatiedeken en het dakpaneel. De isobloks zijn vervaardigd uit een drukvast materiaal.
Figuur 8
Wanneer de gordingafstand groter is dan 1,60 m is het noodzakelijk gebruik te maken van verzinkt draadgaas als hulpdrager. Het draadgaas wordt eenvoudig aan de eerste en de laatste gording bevestigd met behulp van zelfborende schroeven of popnagels. Zorg ervoor dat het gaas goed gespannen is alvorens de glaswolspandekens worden gemonteerd.
Clecon-glaswolspandekens als wandisolatie:
De hoogte van te isoleren wanden is doorgaans minder dan de minimale rollengte, welke 10 m bedraagt. De lengte van de rollen wand isolatie wordt daarom bepaald door een veelvoud van de wand hoogte te nemen.
Voorbeeld: Goothoogte 4,50 m. Per baan dient men aan beide uiteinden met een overlap van ca. 15 cm rekening te houden. De benodigde lengte per baan is dus: 4,50 + 0,30 = 4,80 m.
De rollengte wordt dan bijvoorbeeld: 4 x 4,80 = 19,20 m.
De isolatiebanen kunnen op eenvoudige wijze ter plaatse op maat worden gesneden.
Instructie snijmethode:
Zet het uiteinde van de rol vast op de bovenste wandregel of het gootprofiel. Rol het materiaal naar beneden af, om het vervolgens op de juiste lengte af te snijden. Rol nooit de gehele rol op de vloer uit om deze op maat te snijden en vervolgens weer op te rollen. Dit is niet bevorderlijk voor het materiaal.
Figuur 9
Montage-procedure:
- Bevestig de glaswolspandeken met behulp van dubbelzijdige tape aan het bovenste wandregelprofiel (zie figuur 10).
- Rol het materiaal naar beneden uit en bevestig de spandeken met behulp van dubbelzijdige tape aan het basisprofiel of de onderste wandregel (zie figuur 11).
- De volgende baan wordt op dezelfde wijze uitgerold, opgespannen en vastgezet.
- Vouw de voorgevouwen nietflens open en niet de folie van de banen aan elkaar. Zie figuur 12 voor het nieten van de spandekens.
- Houd rekening met eventuele openingen in de wand en maak op de hoek van de kopgevelwand een overlap van ca. 20 cm (zie figuren 13 en 14).
Figuur 10
Bevestiging ter plaatse van goot en sokkel:
A - Bevestig het uiteinde van de rol met behulp van dubbelzijdige tape op het gootprofiel met een overlap van ca. 15 cm. Verwijder het overtollige isolatiemateriaal van de overlap.
B - Vouw de folie terug.
C -Bevestig het paneel.
Figuur 11
A - Monteer de eerste baan volkomen loodrecht en neem een overlap van ca. 15 cm in acht.
B - Verwijder het overtollige isolatiemateriaal van de overlap.
C - Vouw de folie naar boven om het isolatiemateriaal tegen vocht te beschermen. Zorg ervoor dat het isolatiemateriaal niet onder het wandpaneel uitsteekt.
Figuur 12
Nieten van de glaswolspandekens:
A - Leg de isolatiebanen strak tegen elkaar aan; voorkom spanningen in de dwarsrichting.
B - De open gevouwen nietflenzen worden om de 20 cm vast geniet. De nietjes dienen op ca. 1 cm van de vouwrand te worden aangebracht.
C - Vouw de nietflens nog een keer om en breng om de 20 cm, midden tussen de bestaande niethechtingen, nogmaals een nietje aan. Hierdoor ontstaat om de 10 cm een niethechting.
Figuur 13
Bevestiging bij wandopeningen:
A - Snijd de isolatiebanen zodanig af dat ze boven, onder en aan de zijkanten van de opening ongeveer 15 cm overlappen.
B - Verwijder het overtollige isolatiemateriaal van de overlappen.
C - Vouw de folie om en zet de wandbeplating vast.
Figuur 14
Bevestiging ter plaatse van de kopgevel:
A - Op de hoeken van de kopgevel komen twee isolatiebanen bij elkaar. Zorg ervoor dat een van de banen een overlap van ca. 20 cm heeft
B - Vouw deze overlap om de hoek heen en bevestig de wandbeplating.
Breng leven in uw plafonds met de 46 nieuwe kleuren voor Eurocoustic!
> lees meer
Stertekt is de houtwolcementplaat met de meeste pluspunten!
> lees meer
Rockwool 209 PLUS staat garant voor hoge thermische prestaties.
> lees meer
Insulation Solutions introduceert het schone alternatief!
> lees meer
Inspiratie voor architecten, interieur bouwers plafond- en wandmontagebedrijven.
> lees meer